Noah, de film.

Gisteren bezocht ik de film Noah.

In Amerika heeft die film redelijk wat stof doen opwaaien, in Nederland valt het volgens mij allemaal wel mee. Voor het antwoord op de vraag “mag ik deze film gaan kijken?” verwijs ik je dus graag naar de overzeese bloggers 😉

Natuurlijk is het in mijn #positweet en #posiblog periode lastig om een kritische recensie te schrijven, en dus verwijs ik je maar direct door naar het lage IMDB cijfer, met de opmerking: overall gezien is dit cijfer niet heel onterecht.

Maar nu: voorbij de cijferterreur en even inzoomen op de details van #Noah.

 

Aronofsky

is de regisseur die ons o.a. Black Swan, Requiem for a Dream en the Wrestler bracht. Geen vervelende films, zacht gezegd. Wat gaat hij doen met een sterrencast en een Bijbelverhaal?

Mythologie

Vanaf het begin wordt het duidelijk: Aronofsky kiest niet voor de semi-historische setting van veel Bijbel-interpretaties, waar doodnormale mensen in een doodnormale wereld soms ineens een stem horen of een wonder zien en dan weer vrolijk doorleven.
De film Noah werkt met een mythologische wereld.

Zo ontmoeten we al vroeg in het verhaal een stelletje stenen reuzen, die gevallen engelen voorstellen. We zien ook Methusalem, Noachs door Anthony Hopkins vertolkte opa die af en toe een tovertrucje doet. En als mix tussen technologie en magie blijkt men handige middelen te hebben om snel vuur en vuurwapens te maken. Zelfs zwangerschapstests waren voor handen.

De wereld van Noach is dus een mixje tussen Midden-Aarde en de wereld die wij kennen, en eigenlijk voelt dat best goed. Het geeft de regisseur meer vrijheid om goed en kwaad zwart-wit neer te zetten, waardoor het crue van het Bijbelverhaal niet zo hard meer aankomt.

Tweedeling

Want de goede mensen en de slechte mensen worden vanaf scène 1 lijnrecht tegenover elkaar gezet. Echt grijs gebied wordt daar aanvankelijk niet getolereerd.

Je hebt Kaïns nageslacht en Seths nageslacht. Tot het laatste behoren Noach en zijn gezin. Tot het eerste behoort de rest van de mensenmassa’s.

De zonen van Kaïn zijn goede industriëlen. Ze buiten de aarde uit en hebben dus steeds meer land nodig voor hun hebzucht. Ze zijn gewelddadig en beschikken vrijelijk over andermans leven (“net als U, toch?” roept hun koning een keer tot God).

Noach en zijn familie zijn vreedzaam. Ze eten geen vlees en plukken niet eens bloemetjes tenzij het noodzakelijk is. Echte raw food veganisten dus.

Daar lijkt hem dan Aronofsky’s boodschap in te zitten: goede mensen zijn vriendelijk voor de aarde en slechte mensen buiten die uit. Kan ik me prima in vinden en strookt ook nog aardig met het verhaal in Genesis, waar Kaïns nageslacht inderdaad direct begint met het opbouwen van een stedelijke industrie.

Spelen met het verhaal

Maar hoe sympathiek een veganistische Noach ook moge zijn, heel spannend is het allemaal niet. Er zijn betere fantasy-films te krijgen met geloofwaardigere goedzakken en bad guys.

Daarom wordt het pas echt boeiend na het midden van de film, als de zondvloed de oude magische wereld heeft weggespoeld en Noach met z’n gezinnetje op het water drijft.

Dan durft Aronofsky pas écht met het verhaal te gaan spelen.

Hij speelt met goed en met kwaad door de slechtheid ook in Noachs gezin op te laten duiken. En door af en toe juist de goedheid van de mens te laten zien. Is het mensengeslacht echt zó verdorven dat iedereen onherroepelijk dood moet van God? Dat is de vraag die Noach en zijn gezin bezighoudt.

Combineer dit met een ander spelletje: een spel met het spreken en zwijgen van God. Want God is niet zo duidelijk als in het Bijbelverhaal, en veel beslissingen worden aan Noach overgelaten. Moet Noach zorgen dat geen mens de zondvloed overleeft, of kan hij ruimte geven aan een nieuw begin?

Noachs twijfels over deze zaken worden flink op de spits gedreven rond het eind van de film, en dan komt ook naar boven hoe goed met name Jennifer Connelly, Emma Watson en Russel Crowe geknipt zijn voor hun rollen. De climax van de film is in hoge mate verantwoordelijk voor het feit dat ik m’n bioscoopkaartje geen weggegooid geld vond.

Conclusie

De fantasy is gewoon matig (helemaal onbijbels is-ie trouwens niet, want de schrijvers hebben hier en daar een apocriefe bron geraadpleegd en verwerkt!).

De cinematische ervaring is goed (imax 3d is overweldigend en kundig ingezet, muziek is degelijk en acteerwerk tilt de film naar een hoger niveau).

De ideologische laagjes zijn sympathiek en leuk gevonden (de Kaïn-mens als uitbuitende industrieel en de kinderen van God als Partij voor de Dieren).

Maar écht boeiend wordt #Noah pas als Aronofsky aan de psyche van Noach en z’n gezin begint te rommelen. Dat deze begenadigde regisseur dat heel goed kan wisten we al. Voor zijn fans hoop ik dan ook dat de man de volgende keer weer een psychologische thriller maakt en de fantasy aan Peter Jackson en de makers van Game of Thrones overlaat.

-Vind je fantasy sowieso leuk, ga dan lekker kijken.
-Houd je van Aronofsky, dan kun je er niet omheen.
Ben je protestants en houd je van bijbelgetrouwe weergaven, blijf dan thuis.
Heb je maar geld voor één bioscoopkaartje dit jaar, kies dan een andere film.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s