Ik ben een kerstganger geworden.

Je hebt christenen,
je hebt kerkgangers en
je hebt kerstgangers.

Op die manier categoriseerde ik tien jaar geleden mijn (min of meer) gelovige medemensen. Zoals alleen kinderen en dwazen dat kunnen doen. 

 

Die eerste groep was dan de groep die z’n plekje in de hemel zeker was. Mensen die bewust en betrokken geloofden. De tweede groep was een ander geval. Zij zaten wel traditiegetrouw in de kerk, meerdere keren per maand, maar hoe zat het écht met hun hart? De laatste groep was een lachertje. Een verzameling hypocrieten die eens per jaar een kerstnachtdienst bezochten voor het warme (jeugd-)sentiment.

Genadiger

Later ben ik milder geworden. Ik zag in, dat de scheidslijn tussen ‘christenen’ en ‘kerkgangers’ niet zo getrokken kon en mocht worden. Het onderscheid is arrogant, veel te statisch en sociologisch onverantwoord.

Belangrijker nog: ik werd genadiger voor de ‘kerstgangers’. Ik verwelkomde hen graag in ‘ons midden’. Zag hun eens-per-jaar kerkbezoek niet langer als zonde, maar juist als een kans. Kerstgangers waren voor mij geen ledige hypocrieten meer – zij waren een missionaire mogelijkheid. Zendingsgebied in eigen kerk!

Binnenkerkelijk

Al die jaren was er één constante: ik was de kerkelijk betrokkene. Catecheet, gitarist in de muziekgroep, lid van commissies. Seminarie-student met een maandelijkse preekbeurt. Met een vader die een missionaire stichting oprichtte en een predikant als schoonvader.

Desgevraagd dacht ik mee over de invulling van kerstnachtdiensten. In 2011 stond ik voorlopig ingeroosterd om één van deze diensten te leiden, voor het geval dat de gemeente tegen die tijd nog vacant zou zijn. In de week van kerst ging ik met uitnodigingen van de kerk langs deuren. Voorafgaand aan de kerstnachtdienst zongen wij op straat kerstliederen om de ‘kerstgangers’ bibberend een warm welkom te bieden.

Een onderscheid tussen ‘hen die buiten zijn’ en ‘hen die binnen zijn’ was er onbewust nog altijd – misschien ook onvermijdelijk voor een kerk – en ik was altijd binnen.

Buitenstaander

Vorig jaar was het anders met kerst. De maanden ervoor hadden wij steeds minder ‘gekerkt’. Nog steeds bovengemiddeld betrokken, maar wie van 83% naar 69% zakt valt meer op dan wie constant op 62% zit.  Wij waren de randkerkelijken aan het worden die we ooit hadden veracht en/of probeerden te bekeren.

En dat voelt anders. Bewust laat binnenkomen. Een andere plek in het gebouw kiezen, meer achteraf, meer anoniem, meer in lijn met onze veranderde band met de kerk.

Onze uitschrijving volgde in maart.
Daarna volgde een ‘afkick-periode’. Even niet naar de kerk.
Na de zomervakantie zien wij wel verder.
Maar ook na de vakantie bezochten wij weinig diensten.

Kerkloos 

Het is niet, dat ik denk “out of church” christen te kunnen zijn.
Geloven zonder een geloofsgemeenschap, dat lijkt me lastig.
Misschien wel net zo lastig als geloven mét geloofsgenoten.
I can’t live with or without you,
het geldt hier zowel voor mens en God als voor mens en mens.

Het is ook niet, dat ik me door laksheid laat leiden.
Uitslapen op zondag is prima, maar het is een behoefte die ik zonder al te veel weerstand opzij kon zetten in de tijd dat wij van harte deel waren van een gemeente. Wij zijn niet het type randkerkelijken dat uit gemakzucht of ondoordachte onverschilligheid per ongeluk lid-af en christen-af wordt. Al vraag ik me inmiddels af of die mensen ueberhaupt bestaan – achter elke beweging zitten zoveel meer verhalen en motieven.

Het is wel zo, dat ik buiten de kerk net zo hoopvol en realistisch kan zijn als daarbinnen. Dat ik déze dogma’s, déze liederen, déze moraal en déze mensen niet nodig heb om een leven te leiden in voortdurende strijd tegen nihilisme en cynisme. Buiten de kerk, in de gekerstende, (post-)christelijke, Verlichte of gans andere wereld. En zwart-wit, alles-of-niets als wij zijn leven wij daar ook naar – meestal niet in een kerk.

Kerst

En nu is daar kerst. De eerste kerkloze kerst. Maar al een paar weken geleden is het ter sprake gekomen. “Wat doen we dit jaar? Hoe vieren we ‘het’ dit jaar?”. Kerst was voor ons beiden nog sprekend genoeg om het niet zomaar voorbij te laten gaan. Wij gaan eens nadenken over een geschikte kerk met kerst. Wij zijn dit jaar, voor het eerst in ons leven: kerstgangers.

Van die lui die je nooit ziet, behalve met kerstnacht. Hypocriet? Nep-christenen? Misschien wel, zeg ik tegen mijn vijftien-jarige zelf. Maar ieder mens heeft recht op z’n eigen hypocrisie. Ieder (gekerstend) mens heeft bovendien recht op z’n eigen kerst. Met of zonder opvattingen over God-wordt mens en  licht-in-de-nacht, in wat voor vorm dan ook. En kan iets hypocriet zijn, als er niets gepretendeerd wordt? Wij zijn maar stervelingen, in de donkere winter op zoek naar wat warmte, licht, hoop, oude, onsterfelijke verhalen en (jeugd-)sentiment.

Maar vormen wij missionaire mogelijkheden? Nee, vertel ik mijn twintig-jarige zelf. Misschien eerder andersom; misschien zou ik, in een diabolische bui, bij veel gelovigen succesvol de anti-apologeet kunnen uithangen. Maar zo’n bui heb ik niet zo vaak.

Nee, vertel ik mijn twintig-jarige zelf. Degradeer mij niet tot een missionaire mogelijkheid. Niet tot een potentieel, niet tot een (gemiste) kans. Zie mij als mens.

En dus…

En dus zijn wij met kerstnacht in een kerk te vinden. Zo’n volkskerk waar de klassiekers gezongen worden, zo’n kerk die met kerstnacht vanzelfsprekend vol zit.

Wij zullen ons omringen met andere kerstgangers (80%), christenen en kerkgangers.
Wij zullen ons omringen met de oude, in zoveel opzichten zo mooie kerstverhalen.
Naar kaarsjes kijken, de kerstliederen uit volle borst meezingen.

Veel geld in de collecte gooien, ‘want zo’n dienst is ook niet gratis’, om ons kerstgangersgeweten af te kopen. Erfenis van de vroegere kerkelijke betrokkenheid.

En mijn vijftien-jarige ik kijkt me wat oordelend aan.
En mijn twintig-jarige ik kijkt me iets te zoetjes uitnodigend en meewarend aan.
En ik zal hen in de ogen kijken – graag niet arrogant, vijandig of verdedigend.
Ik zal hen ontmoeten en simpelweg aanzien als medestervelingen, op zoek naar de kerstwarmte. Whatever that may be. En wie weet wordt dit één van de mooiere kerstnachten in ons leven. God zegene de greep.

 

Advertenties

16 gedachten over “Ik ben een kerstganger geworden.

  1. sybrandenhenk

    beste Alain,
    dank je wel voor je openhartige blog! Net als Maarten herken ook ik veel. Die beweging van vastheid naar vloeiendheid. Ik vind het spijtig, dat daarbij – op dit moment- de band met de gemeente is vervloeid. Was het voor jullie een ‘stap’ om je uit te schrijven? Ook al hebben jij en ik nooit fysiek bij elkaar in de kerk gezeten, toch mis ik je. Nu ik het weet. Gek.
    Enfin, ik wens je een vrolijke en feestelijke kerst toe, kerstganger!

    1. AlainVerheij Berichtauteur

      Dank Sybrand! En ik sluit niet uit dat we elkaar ooit nog eens in een kerk(elijke setting) zullen ontmoeten. Uitschrijven was geen gemakkelijke, maar ook geen onnatuurlijke stap (meer). En de toekomst ligt nog open.

  2. Jan Willem Ploeg

    Ha Alain,

    Het zal je niet verrassen dat ik wat minder herken dan diverse andere meelezers.
    Ik zie stiekem toch wel een beetje uit naar verdere reflectie op (het verband tussen) een paar uitspraken die je doet: “Geloven zonder een geloofsgemeenschap, dat lijkt me lastig”, “een leven te leiden in voortdurende strijd tegen nihilisme en cynisme”, “zie mij als mens”.
    En misschien lukt het je daarbij om behalve jouw 15-jarige en 20-jarige ik ook die 450-jarige “graag niet arrogant, vijandig of verdedigend” in de ogen te kijken.

    1. AlainVerheij Berichtauteur

      Ha Jan Willem, dank voor je reactie. Ik begrijp het niet-herkennen uiteraard. De 450-jarige leeft niet meer, maar de 40-jarigen die zich graag verhouden tot de 450-jarige die jij bedoelt zou ik graag net als alle anderen welwillend in de ogen kijken 🙂

      1. Jan Willem Ploeg

        Ha Alain,

        😀
        Dat wordt dan een interessante ontmoeting, want de reden waarom die 40-jarigen zich graag verhouden tot die 450-jarige is niet het ‘graag verhouden tot’ an sich (hoewel, toegegeven, ook dat voorkomt), maar omdat ze hebben ontdekt dat die 450-jarige nog altijd zeggingskracht heeft – en dus verre van dood(s) is.
        Een (eerste) input mijnerzijds voor zo’n ontmoeting vind je wat mij betreft hier:
        http://www.elipheleth.nl/2011/10/15/relevant.
        Nu snel weer verder met Tim Kellers ‘Center Church’.

  3. Percy Wagner

    Ik hoor een mate van ‘kerkmoeheid’ door de regels heen. Op zich niet vreemd, omdat men enkel door Gods Geest in hart en nieren overtuigd kan geloven. Niet door de vorm die we elkaar proberen op te leggen (m.i. wordt ‘vorm’ vaak gehanteerd als een gouden kalf).

    Uiteindelijk krijg je (wanneer je Hem oprecht zoekt) weer een Gods verlangen om met ‘gelijkgestemden’ relaxed samen te komen en arriveer je bij de eerste gemeente uit Handelingen. Ware aanbidding moeten we opnieuw gaan leren ontdekken.

    Veel zegen bij je zoektocht!

  4. James

    Mooie eerlijke blog.

    Als ik mezelf in een categorie zoals hierboven zou moeten indelen, hoor ik bij degenen met een hoge betrokkenheid bij de gemeente. Omdat ik geloof dat de Bijbel een hoge waardering geeft aan het gemeente-zijn en de God de gelovigen samen (de gemeente) een belangrijke verantwoording geeft in Zijn koninkrijk.
    Als ik in mijn eigen gemeente rond kijk, denk ik wel eens aan dat vers: “de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig”:
    Ik zie mensen die tot geloof komen en hierna de gemeente binnen komen en mensen nodig hebben die verder zijn in het geloof en hen kunnen keren wat het is om in het dagelijks leven volgeling van Jezus te zijn.. Ik zie jongeren die rolmodellen nodig hebben.. Ik zie veel mensen die (bewust of onbewust) een beroep op de gemeente doen omdat er serieuze problemen (ziekte, echtscheiding, overlijden, moeite met opvoeding kinderen) in hun leven komen en zij pastoraat en herstel nodig hebben..
    De in verhouding kleine kern “kerkgangers” krijgt een hoop voor zijn kiezen. Ik zie ook dat de bidstonden ook nog eens voornamelijk bezocht wordt door mensen uit diezelfde kerngroep.

    Na het horen van de verhalen zoals in deze blog denk ik wel eens: Het zou mijn leven zo veel comfortabeler maken om me aan de verantwoordelijkheid van het gemeente zijn te onttrekken. Te kiezen naïef te zijn terwijl ik eigenlijk beter weet. Gewoon mijn eigen leven leiden, huisje boompje beestje, wat kritiek geven vanaf de zijlijn…Tegelijk met deze gedachten hoor ik een zacht stemmetje dat mij vraagt simpelweg op de knieën te gaan.

    Ieder heeft zijn eigen leven en God gaat met ieder Zijn eigen weg. Wie ben ik over anderen te oordelen op basis van mijn eigen beperkte visie.

    Wat zou het fijn zijn als we de taken die God de gemeente geeft over meer mensen kunnen verdelen. Samen kunnen we zo veel meer betekenen tot eer van Zijn naam!!!

    Veel zegen en hele fijne feestdagen toegewenst!

  5. Anthony Ruijtenbeek

    Ik heb het gelezen, nog eens gelezen, maar ik begrijp er nog steeds he-le-maal niets van. 🙂

    Je gelooft het verhaal en dan weet je dat je, naast andere plichten, ook de ‘plicht’ hebt om eigenlijk naar de kerk te gaan. Of dat altijd lukt, of dat je überhaupt zin hebt, dat is weer een tweede. Je hebt het ideaal en daarnaast de praktijk van alle dag. Dat mag heel voorzichtig naar elkaar toegroeien, dat is een heel gevoelige kwestie en zéker niet iets om de ander de maat mee te nemen. Het lijkt me heel Protestants eigenlijk; het ideaal, dat mag best naar beneden worden bijgesteld, maar dan MOET het ook gehaald worden.

    Of er is natuurlijk ook die andere optie; je gelooft het verhaal niet meer, en dan hoef je natuurlijk ook niet naar de kerk te gaan.

    1. AlainVerheij Berichtauteur

      Beste Anthony, dank voor de reactie!
      ik herken mij niet in deze terminologie (zoals de McDonald’s zei toen men vroeg of ze daar plofkippen serveerden):

      -niet in de enge scheiding ‘het verhaal geloven’ versus ‘het verhaal niet geloven’
      -ik vraag mij af hoe we ‘het verhaal’ definieren
      -niet in de verbinding ‘geloof’ & ‘plichten’ (protestant, hè…)

      1. Anthony Ruijtenbeek

        Bedankt voor je reactie, ik hoop hier ook wat van op te steken. 😉

        “-niet in de enge scheiding ‘het verhaal geloven’ versus ‘het verhaal niet geloven’”

        Ik ken grofweg twee varianten van Protestants-Christelijk geloof op dit vlak. De ene variant (de klassieke denk ik?) is die die stelt dat je je moet voegen naar de ‘ware Kerk’, die de juiste leer verkondigt, en wat dat dan inhoudt, wordt dan nader uiteengezet in een geloofsbelijdenis. De andere variant (Barthiaans?) zou dan stellen dat er niet echt een (meest) ware Kerk is op aarde, maar dat alle Christenen samen de onzichtbare Kerk vormen. Beide vormen lijken me tamelijk problematisch trouwens, maar dat terzijde. Maak ik hier nu een karikatuur of valt jouw geloofsopvatting, grofweg, in één van beide categoriëen?

        “-ik vraag mij af hoe we ‘het verhaal’ definieren”

        In het eerste geval de ‘bandbreedte’ van de waarheidsclaim van die desbetreffende kerk. In het tweede geval,lijkt me dat wat moeilijker te definiëren, maar ik heb de plausibiliteit van die optie dan ook nooit zo goed begrepen.

        “-niet in de verbinding ‘geloof’ & ‘plichten’ (protestant, hè…)”

        Voor katholieken is het eenvoudig; zondagsplicht. 😛 Maar niettemin; élk gedachtegoed wat je aan zou kunnen hangen, brengt toch gevolgtrekkingen met zich mee die je morele plichten zou kunnen noemen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s